CAO voor de Houtverwerkende Industrie 2011 - 2012

Op 31 december 2010 is een einde gekomen aan de lopende CAO voor de Houtverwerkende Industrie. Na verschillende onderhandelingsrondes zijn de vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers op 8 november 2010 tot overeenstemming gekomen over een nieuwe CAO.

Sociale partners aan werkgeverszijde

  • Vereniging HAS
  • Vereniging van Nederlandse Borstelfabrikanten
  • Nederlandse Emballage- en Palletindustrie Vereniging EPV
  • Vereniging van Nederlandse Klompenfabrikanten

De 4 hier boven genoemde werkgeversverenigingen vertegenwoordigen ongeveer 6.000 werknemers.
enerzijds en

Sociale partners aan werknemerszijde

anderzijds

zijn op 8 november 2010 gekomen tot een principe-akkoord voor de CAO voor de Houtverwerkende Industrie (hierna: de CAO). Uitgaande van en in aanvulling op de CAO 1-5-2010 tot en met 31-12-2010 is het volgende overeengekomen:

1. Looptijd
De CAO heeft een looptijd van 1 januari 2011 tot en met 30 april 2012. De CAO eindigt van rechtswege na het verstrijken van de looptijd.

2. Loon en beloning
2a Loonsverhoging

Artikel 10
De lonen als omschreven in artikel 10 worden als volgt verhoogd:
Met ingang van 1 januari 2011 0,55%
Met ingang van 1 juli 2011 0,6%
Met ingang van 1 januari 2012 0,5%

2b Ziektekosten
Werknemers ontvangen een éénmalige tegemoetkoming van € 75 op 1 oktober 2011 indien zij een polis van een aanvullende ziektekostenverzekering kunnen overleggen waarin fysiotherapie is opgenomen.

2c Vergoedingen
De vergoedingen uit artikel 12 worden met ingang van 1 juli 2011 met 2,5% verhoogd.

2d Reiskosten
De tabel van artikel 13 wordt met ingang van 1 juli 2011 als volgt aangepast:

Enkele reisafstand per 1 juli 2011:

Vergoeding
0 t/m 10 km € 0
11 t/m 15 km € 88
16 t/m 20 km € 113
21 km of meer € 149

3. Garantieregeling

Gedurende de looptijd van de CAO (1 januari 2011 t/m 30 april 2012) wordt de premie die via de CAO Garantieregeling wordt geheven verlaagd van de huidige 1,3% (waarvan 0,65% voor rekening van werkgevers en 0,65% voor rekening van werknemers) naar 0,8% per jaar, waarvan 0,4% voor rekening van werkgevers en 0,4% voor rekening van werknemers. Doel van deze premieheffing van 0,8% is het herstelvermogen van het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Houtverwerkende industrie.

Het bestuur van de Stichting Uittreden in de Houtverwerkende industrie (UHI) besluit op welke wijze het overschot, dat na het aflopen van het gebruik van de Garantieregeling resteert bij de Stichting UHI, kan worden ingezet zodat dit ten goede komt aan het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Houtverwerkende industrie.

4. Werkkostenregeling

Per 1 januari 2011 wordt van overheidswege een nieuwe regeling ingevoerd: de werkkostenregeling (WKR). Tot en met 2013 mogen werkgevers kiezen voor het toepassen van de bestaande regels omtrent vergoedingen en verstrekkingen. CAO-partijen bevelen werkgevers in de houtverwerkende industrie aan om de nieuwe werkkostenregeling gedurende de looptijd van deze CAO nog niet toe te passen. CAO-partijen doen tijdens de looptijd van de CAO onderzoek naar de effecten van de werkkostenregeling op de vergoedingen in de CAO.

Uitgangspunten zijn daarbij:

  • geen netto achteruitgang voor werknemer;
  • geen andere of hogere vergoedingen dan nu in de CAO staan.

5. Scholing

De paritaire commissie die bij de CAO 2010 is ingesteld, wordt voortgezet. Deze paritaire commissie zal partijen adviseren over:

  • de mogelijkheden tot het borgen van overdracht van kennis en vaardigheden van oudere naar jongere werknemers, mogelijk via een kenniscentrum, zoals het kenniscentrum SH&M;
  • de mogelijkheden en gevolgen voor de sector van aansluiting bij het initiatief “Slimmer produceren” in de Timmerindustrie;
  • aansluiting bij het Crisismeldpunt Hout dat via SH&M is ingericht;
  • onderzoek naar mogelijkheden voor branche-erkenning van opleidingen, rekening houdende met de heterogene samenstelling van de sector
    houtverwerkende industrie;
  • het in de cao opnemen van het recht van werknemers op EVC, zonder de verwachting te wekken dat werkgevers de kosten voor EVC-trajecten
    (blijven) dragen;
  • de aanbevelingen uit het rapport ”Een leven lang hout” van het EIM en eventuele prioriteiten.

Voor de financiering van de voorstellen van de paritaire commissie is € 60.000 beschikbaar vanuit het geoormerkte bedrag voor het Sectorpunt Hout. Indien de € 60.000 niet volledig uit het geoormerkte bedrag kunnen worden voldaan, worden deze gefinancierd uit de algemene reserves van het Sociaal Fonds voor de Houtverwerkende industrie.